De NSA Beroepsstandaard
Inhoud:
Algemeen
Een beroepsstandaard bestaat uit een aantal samenhangende uitspraken over de belangrijkste elementen voor een goede beroepsuitoefening.
De NSA beroepsstandaard biedt mensen binnen en buiten het onderwijs duidelijkheid over de kern van het vak en de competenties die nodig zijn om professioneel leiding te kunnen geven in het primair onderwijs. Concreet zijn in de NSA beroepsstandaard opgenomen:
Meer weten over de NSA beroepsstandaard. Bestel dan onze publicatie ‘Schoolleider bekwaam, betrokken en bevlogen’.
Prijs: €20,- (niet geregistreerden),
€15,- (geregistreerden) excl. verzendkosten
De gedragscode voor RDO's
Iedere professionele beroepsgroep hanteert eigen gedragsregels. Daarom hebben ook Register Directeuren Onderwijs hun eigen gedragscode. Niet om een keurslijf van regels of uniformerende afspraken te krijgen, maar als een duidelijke uitspraak van onze beroepsgroep wat ouders, leerkrachten, bestuur en andere betrokkenen bij ons onderwijs als ondergrens voor de kwaliteit van professioneel handelen en het persoonlijk optreden van een leidinggevende mogen verwachten.
De gedragscode van de NSA biedt duidelijkheid over:
- De professionele positie en opstelling van Register Directeuren Onderwijs in onze samenleving,
- De professionele normen, die de Register Directeuren Onderwijs ten opzichte van werkgevers en andere betrokkenen bij hun werk hanteren,
- De wijze waarop Register Directeuren Onderwijs binnen de NSA met elkaar omgaan.
Een RDO houdt zich aan de gedragscode en draagt met zijn vakmanschap, zijn onafhankelijke positie en zijn integriteit bij aan het bevorderen van het vertrouwen in onze beroepsgroep. Een RDO onthoudt zich van alles wat in enigerlei opzicht het aanzien en de waardigheid van ons beroep kan schaden
Waar gaat de NSA gedragscode over?
Deskundigheid
Een RDO aanvaardt alleen benoemingen en/of werkzaamheden waarvoor hij is gekwalificeerd. Een RDO zorgt ervoor dat hij bekwaam is en blijft. Hij toont aan de hand van het competentieprofiel uit onze beroepsstandaard aan, dat hij steeds over de noodzakelijke competenties beschikt om zijn vak goed en professioneel uit te kunnen oefenen. Daarvoor blijft een RDO op de hoogte van ontwikkelingen in zijn vak, in het onderwijs, in de organisatie en de omgeving daarvan. Een RDO blijft zich voortdurend professioneel ontwikkelen volgens de (her)registratiecriteria van de NSA. Hij tracht naar beste vermogen het voor de organisatie beoogde resultaat te realiseren en maakt voor de werkgever inzichtelijk op welke gegevens, inzichten en ervaringen hij zijn aanpak baseert. Hij beschouwt evaluatie door de werkgever als wezenlijk voor zijn handelen. Verder voert de RDO de werkzaamheden zo uit dat de door hem bezette positie in de organisatie steeds overdraagbaar is aan een opvolger.
Onafhankelijkheid
Een RDO is loyaal naar de organisatie, waar hij voor werkt. Hij zet al zijn kennis, ervaring en deskundigheid in ten behoeve van de organisatie, echter met behoud van zijn professionele onafhankelijkheid. Indien er aan de kant van de RDO belangen spelen van persoonlijke of zakelijke aard, die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van zijn werkzaamheden, dan zal de RDO daarover direct in contact treden met zijn werkgever.
Integriteit
Het begrip integriteit omvat vier elementen:
Betamelijkheid; een RDO handelt op een wijze, die het vertrouwen zowel binnen de beroepsgroep, als binnen de organisatie waar hij werkt, afdwingt.
Zorgvuldigheid; een RDO gaat zorgvuldig om met personeel, ouders en leerlingen en andere betrokkenen bij de organisatie. Een RDO zorgt voor een heldere en open communicatie met alle betrokkenen, daarbij het belang van de organisatie voortdurend voorop stellend.
Correct handelen; een RDO gaat correct en discreet om met financiële en privacy gevoelige zaken. Hij waakt voor belangenverstrengeling, de RDO behartigt daarom nooit met de organisatie of NSA tegenstrijdige belangen.
Aandacht voor collegiale verhoudingen; een RDO streeft, in het licht van de kwaliteit van de dienstverlening, naar constructieve collegiale verhoudingen.
Competentieprofiel
Bij het beantwoorden van de vraag naar de benodigde kennis, vaardigheden en attitudes die iemand in z’n werk nodig heeft, speelt het begrip competentie een belangrijke rol.
Competenties zijn:
- Persoonsgebonden, in aanleg aanwezig en dus te ontwikkelen;
- Een hecht gestructureerd geheel. Het is niet de optelsom van losse kennis, vaardigheden of attitudes.
- Onderscheidend en samenhangend. Wel onderscheidende deelcompetenties maar ze zijn niet te scheiden.
- Verbonden met de werksituatie en beroep. De dagelijkse handelingspraktijk uit de beroepspraktijk vormt het uitgangspunt.
- Veranderlijk in de tijd. Veranderingen in het beroep en het werk stellen nieuwe eisen aan uw competenties.
De NSA gaat uit van een ontwikkelingsgerichte visie op competenties. Zo'n omschrijving sluit goed aan bij het denken over competenties in het kader van leer- en opleidingsomgevingen.
De NSA omschrijft het begrip ‘competentie’ voor leidinggevenden in het primair onderwijs als:
"De vermogens van een individu waarmee opgaven die betrekking hebben op het leidinggeven in het primair onderwijs op een adequate, procesgerichte en productgerichte wijze kunnen worden aangepakt."
Wilt u meer lezen:
NSA publicatie: "Competenties van het management in het primair onderwijs nader bekeken" [Bestellen]
Studie Onderwijsraad: "Competenties: van complicatie tot compromis" [
Download]
Actueel NSA competentieprofiel [
Download]
Voor bijzondere managementsituaties heeft de NSA aanvullend een aantal competentieprofielen ontwikkeld voor:
Onderzoeksmethode
Het ontwikkelen van een beroepsstandaard, het karakteriseren van de kern van het vak, is bij uitstek een onderwerp dat door het management in het primair onderwijs zelf moet worden vastgesteld. De NSA organiseerde de dialoog tussen leidinggevenden, werkgevers, leraren en andere deskundigen op het terrein van leiding geven in het primair onderwijs volgens een Delphi methode.
Een Delphi-methode is een wetenschappelijke methode die het communicatieproces van grote groepen structureert en de deelnemers in staat stelt om kennis te nemen van de opvattingen en visies van anderen om zo gezamenlijk in een aantal discussieronden effectief een complex probleem op te kunnen lossen.
Iedere Delphi-procedure heeft de volgende kenmerken:
- De deelnemers uiten hun meningen en opvattingen over het probleem anoniem,
- Een Delphi-discussie bestaat uit verschillende discussieronden de bijdragen van de deelnemers worden steeds samengevat en in een volgende ronde teruggeven aan de hele groep,
- De deelnemers hebben de mogelijkheid om hun oorspronkelijke meningen en opvattingen te herzien in latere rondes.
Deze onderzoeksmethode heeft een eerste volledige beroepsstandaard opgeleverd met acht kerncompetenties voor onderwijskundig leiderschap. Op dit moment is de beroepsgroep nog steeds nauw betrokken bij het actueel houden van de beroepsstandaard.